Geen wijnbelevingen in de reservering.
Zes van de tien flessen Vouvray borrelen. De zoete uit een goed jaar zijn pas na veertig jaar op hun top. Welkom in de meest ondergewaardeerde witte wijnstreek van Frankrijk.
Rijd vanaf Blois de Loire stroomafwaarts en ergens tussen Amboise en Tours steek je een grens over die op geen enkele kaart staat. Achter je liggen de zandgronden van de Sologne, waar Sauvignon blanc groeit en het glas ruikt naar buxus, kruisbes en pas gemaaid gras. Voor je begint de tuffeau, de gele kalksteen waar half Touraine uit gehakt is. Daarmee begint ook een compleet andere druif.
Touraine is 5.300 hectare wijngaard, erkend als appellatie op 24 december 1939, en eigenlijk twee streken die elkaar nauwelijks kennen. In het westen ligt het geboorteland van Chenin blanc, een druif die de meeste Nederlanders kennen van een fles uit Zuid-Afrika en zelden van een fles uit Frankrijk.
Dat is vreemd, want hier komt hij vandaan. Vouvray en Montlouis-sur-Loire liggen tien kilometer uit elkaar, aan weerszijden van dezelfde rivier, en persen uit precies dezelfde druif droge wijn, halfzoete wijn, dessertwijn en bubbels. In Nederland halen ze samen zelden meer dan een half schap.
De Loire stroomt hier van oost naar west, en met de rivier verandert de bodem. Hoe verder je stroomafwaarts komt, hoe meer kalk en hoe minder zand. Sauvignon blanc houdt van dat zand en van de vuursteen die erin zit. Chenin blanc wil de kalk.
Die scheidslijn zie je terug op de prijskaartjes. Een Touraine Sauvignon kost meestal minder dan vijftien euro en drink je binnen twee jaar op. Een Vouvray van een goede maker uit een goed jaar kun je twintig jaar wegleggen en kost nog altijd een fractie van een witte Bourgogne.
Zand van de Sologne op een kleilaag. Touraine-Oisly werd in 2011 erkend en gebruikt uitsluitend Sauvignon blanc: twaalf wijnmakers, tachtig hectare in productie. Touraine-Chenonceaux kwam datzelfde jaar erbij, met Sauvignon in het wit en Cot in het rood. Fris, direct, bedoeld om jong te drinken.
Tuffeau, de kalksteen waaruit de kastelen langs de Loire zijn opgetrokken. De kelders zitten in de oude groeves, twaalf graden, zomer en winter. Chenin blanc wortelt hier diep en houdt zijn zuur vast tot ver in oktober. Dat zuur is de reden dat deze flessen twintig jaar kunnen wachten.
Tot 1938 werd de wijn van de linkeroever gewoon als Vouvray verkocht. Toen kreeg Montlouis-sur-Loire zijn eigen naam. Sindsdien doen twee dorpen op tien kilometer van elkaar hetzelfde werk met dezelfde druif, en is de rivier ertussen smaller dan het verschil in reputatie.
De bodem doet de rest. Vouvray staat op dikke tuffeau, Montlouis op perruches met meer zand erin. Daar rijpen de druiven een week of twee eerder, en dat hoor je terug in een wijn die minder hard tegen je aan duwt.
Wie namen zoekt: Domaine Huet kocht Le Haut-Lieu in 1928 en voegde Clos du Bourg toe in 1953. Gaston Huet was veertig jaar burgemeester van het dorp en wordt gecrediteerd voor het weghouden van de hogesnelheidslijn uit de wijngaarden. Aan de Montlouis-kant maken Francois Chidaine, biodynamisch sinds 1999, en Domaine de la Taille aux Loups de flessen waar sommeliers stil van worden.
2.250 hectare, appellatie sinds 1936, ruim 160 producenten op de rechteroever. Tuffeau blanc geeft strakke, gestructureerde wijn, tuffeau jaune zachtere en vroeger rijpe. Structuur, spanning en een lange adem.
385 hectare op de linkeroever, ingeklemd tussen de Loire en de Cher. Perruches, klei met vuursteen, en alluviaal zand. Iets ronder, iets vroeger, en de bakermat van het serieuze petillant.
Dat verschil zit in het jaar. In een koel jaar komen de druiven binnen met veel zuur en maakt de wijnmaker droog. In een warm jaar met wat edele rotting laat hij suiker achter en maakt hij zoet. Dezelfde wijngaard, dezelfde handen, een andere wijn.
Zoek daarom op het etiket naar sec, sec-tendre, demi-sec of moelleux. Staat er niets, dan is de kans groot dat er een licht zoetje in zit. Hieronder wat die vier woorden in het glas doen.
Minder dan 4 gram restsuiker. Kweepeer, citrusschil, natte steen en een zuur dat in je kaken trekt. Vraagt vaak een jaar of drie geduld.
4 tot 12 gram. De klassieke Vouvray: honing en kamille tegen datzelfde zuur. Werkt verrassend goed bij Aziatisch eten en bij oude kaas.
12 tot 45 gram, in goede jaren met botrytis. Zoet dat nooit plakt, omdat het zuur eronder blijft duwen. Een glas bij Roquefort doet meer dan een glas bij het dessert.
Zestig procent van alle Vouvray. Tweede gisting op fles. In Montlouis geldt sinds 2007 het charter Pétillant Originel: handoogst, geen chaptalisatie, geen liqueur de tirage, geen dosage en minimaal negen maanden op de gist.
De naam komt uit deze streek. Tussen 1520 en 1535 plantte Denis Briconnet, zwager van de heer van Chenonceau, een witte druif op een plek die Mont Chenin heette. Die naam bleef plakken.
De druif zelf is veel ouder. Ampelograaf Pierre Galet plaatst hem in de negende eeuw in Anjou, en in koninklijke schenkingsakten van Karel de Kale uit 845 staat vermoedelijk al een verwijzing. DNA-onderzoek uit 1999 legde bovendien een ouder-kindrelatie bloot met Savagnin, de druif van de Jura.
En toen kwam de VOC. Rond 1655 nam Jan van Riebeeck stekken mee naar de Kaap. Op 2 februari 1659 werd daar de eerste wijn geperst. De kolonisten noemden de druif Steen en wisten drie eeuwen lang niet precies wat ze in handen hadden. Op Zuid-Afrikaanse etiketten staat de droge versie tot op vandaag als Droë Steen.
Pas in 1963 stelde professor CJ Orffer van de Universiteit Stellenbosch vast dat Steen en Chenin blanc dezelfde plant zijn. De verhoudingen zijn sindsdien omgedraaid. Zuid-Afrika heeft inmiddels ongeveer 19.000 hectare Chenin blanc, in 2023 goed voor 18,4 procent van de totale aanplant daar, tegen minder dan 10.000 hectare in heel Frankrijk.
De oudste geregistreerde Chenin-stokken ter wereld staan dan ook niet in Touraine maar in Stellenbosch, geplant in 1942. Een paar Zuid-Afrikaanse klonen bestaan in Frankrijk zelfs helemaal niet meer.
Chenin blanc heeft van nature veel zuur, en in de Loire gaat de wijn meestal niet door de malolactische gisting die dat zuur zacht zou maken. Dat is precies waarom deze flessen zo lang meegaan. Zoete Vouvray uit een sterke jaargang piekt vaak pas rond veertig jaar, en van een handvol historische flessen wordt beweerd dat ze na honderd jaar nog overeind staan.
Jong is die wijn niet altijd aardig. Een Vouvray sec van twee jaar oud kan hard zijn, wollig, met een afdronk die schuurt. Dat is geen fout maar het skelet waar je later dankbaar voor bent.
Praktisch advies: koop er twee. Drink de eerste vanavond en zet de tweede vijf jaar weg. Het verschil is groter dan bij welke andere witte wijn onder de twintig euro ook.
Beurre blanc komt uit de Loire, stroomafwaarts bij Nantes, en dat is geen toeval. Een saus van boter en sjalot vraagt om zuur ertegenover, anders blijft er een vettig laagje op je tong liggen. Precies dat zuur brengt een Vouvray sec mee.
Het maakt deze wijnen bruikbaar bij gerechten waar de meeste witte flessen op sneuvelen: sojasaus, gember, chili, oude kaas, en alles wat tegelijk zoet en zout is. Het restsuiker in een demi-sec vangt de hitte op, het zuur eronder ruimt het vet op.
Snoekbaars met beurre blanc, gerookte forel, oesters. Een sec van een jaar of drie, geschonken op ongeveer tien graden en niet kouder.
Thaise curry, Sichuanpeper, gelakte eend. Een demi-sec haalt de scherpte eraf zonder dat het gerecht zoet wordt.
Roquefort tegen een moelleux, een oude Comte tegen een sec. Bij tarte tatin hoeft er niets zoeters meer op tafel.
Tours ligt op ongeveer tien kilometer van beide dorpen en heeft een station met een directe TGV uit Parijs. Vanaf daar is het vlak fietsen langs de rivier. Veel domeinen ontvangen je in een gang die dwars de tuffeau in is gehakt, waar het het hele jaar rond de twaalf graden blijft.
Reserveer vooraf, zeker bij de kleinere domeinen. Veel huizen vragen niets voor een proeverij van vier of vijf wijnen, of een klein bedrag dat vervalt zodra je een fles meeneemt.
April tot juni, of eind oktober tot november. In de oogstweken van september staat iedereen in de wijngaard en is er niemand in de kelder.
Met de TGV naar Tours en daarna de fiets. De Loire a Velo loopt langs beide oevers en is zo goed als vlak.
Een demi-sec uit een goed jaar. Die overleeft de terugreis, de zomer erna, en nog een jaar of tien in de kast.
Wijnreis.nl brengt wijnproeverijen, cursussen, domeinbezoeken en wijnreizen bij elkaar op een plek. Je zoekt niet langs twintig websites, je vraagt het gewoon.
Zeg in gewone taal wat je wilt proeven, met hoeveel mensen en waar. Je krijgt een beleving die past, in plaats van twintig tabbladen.
Je reserveert rechtstreeks bij de mensen die de wijn maken en de proeverij geven, niet bij een doorverkoper.
Een kelder van twaalf graden, een glas, iemand die uitlegt waarom de pluk dat jaar drie weken later viel. Dat laat zich niet samenvatten in een filter.
Onder de 18? Dan geen alcohol.
Van Sancerre tot de Atlantische kust: welke streken, welke druiven en waar je het beste begint.
Vijf smaken die je niet verwacht bij de druif die de oostelijke helft van Touraine domineert.
Per smaak en per situatie: welke witte wijn past bij jou en bij wat er op tafel staat.
Touraine is de overkoepelende appellatie rond Tours en dekt wijn in alle kleuren. Vouvray is een eigen appellatie binnen dat gebied die uitsluitend witte wijn van Chenin blanc maakt. Op een fles Vouvray staat daarom nooit het woord Touraine, ook al ligt het dorp er middenin. Zie je wel Touraine op een wit etiket, dan zit er meestal Sauvignon blanc in.
Allebei, en het staat niet altijd op het etiket. Twee aanwijzingen helpen als de stijlaanduiding ontbreekt. Kijk naar het alcoholpercentage, want onder de 12 procent is er meestal suiker blijven zitten. En kijk naar de prijs, want de zoete wijnen uit goede jaren zijn zelden de goedkoopste fles in het schap.
Ja, het is dezelfde plant onder twee namen. Op Zuid-Afrikaanse etiketten staat tegenwoordig meestal Chenin Blanc, omdat die naam internationaal beter verkoopt, maar een droge fles heet in het Afrikaans nog altijd Droë Steen. Je ziet die term ook wel gespeld als Dröe Steen, en op oudere flessen staat vaak alleen Steen.
Omdat er weinig van is en het meeste in Frankrijk blijft. Vouvray en Montlouis komen samen niet boven de 2.700 hectare uit, en supermarkten kopen liever grote constante partijen dan kleine oogsten die per jaar van stijl veranderen. Voor meer dan de standaardfles kom je uit bij een gespecialiseerde importeur, of neem je de wijn zelf mee uit de streek.
Liggend, donker en het liefst op twaalf tot veertien graden. Chenin blanc is gevoeliger voor schommelingen in temperatuur dan voor ouderdom: een fles die twee zomers op een warme zolder heeft gestaan is verder heen dan een fles van twintig jaar uit een koele kelder. Reken op vijf tot tien jaar voor een sec en aanzienlijk langer voor een moelleux.
Vouvray is groter en makkelijker te vinden, en heeft de diepste traditie in zoete wijn die je decennia kunt wegleggen. Montlouis is kleiner, vaak wat scherper geprijsd voor vergelijkbare kwaliteit, en de plek om te zijn voor bubbels met karakter. Wie twijfelt koopt er van allebei een en zet ze naast elkaar op tafel.
Sec-tendre is de tussenstap tussen sec en demi-sec, in de praktijk ergens rond de 8 gram restsuiker. Je proeft een wijn die droog begint en pas in de afdronk een zweem zoet laat zien. Het is een aanduiding die de wijnmaker zelf kiest, dus hij zegt vooral iets over de stijl die er is nagestreefd.